iets over de toeristenval.

 

Jullie weten al dat wij de zomer spenderen in Zuid West Frankrijk. Wij vinden het een fantastische regio. De zachtglooiende landschappen, de zonnebloemvelden, de wijngaarden, het lekker eten, onze lieve buren, de rust.

Wij hebben deze streek gekozen omdat er hier gewoon geleefd wordt. Mensen hebben een job, kinderen gaan naar school, boeren bewerken het land. Niet alles is ingericht om de toerist te behagen. En ja dat betekent ook dat je vaak de Franse Uberkitch kunt tegenkomen. Eerlijk gezegd zie je vaker de felgroene plastieken bloembakken dan de terracotta soort die je op de postkaartjes ziet. Maar dat maakt het juist echt. Lelijkheid hoort er ook bij, toch?

Vorige week toen ik op de markt stond geraakte ik aan de praat met een tof gezin vakantiegangers. De foto hierboven is die avond gemaakt trouwens. Ze waren zeer tevreden over hun verlof, alleen waren ze een beetje ontgoocheld over de dorpjes. ‘Er is niets.’

IMG_3251

De mensen van de middeleeuwse straatjes hebben gewoon een job. 

Of in het heetste van de dag zitten ze ook binnen naar de koers te kijken. 

Maar elke avond is er ergens een Marché Gourmand waar het hele dorp op af komt met hun mooiste kleren aan en klaar om samen met de bezoekers feest te vieren. 

De ochtendmarkten hier zijn de markten waar wij en de mensen van de streek gewoon hun boodschappen doen, net zoals ze in de winter doen. In de zomer zijn er wel wat extra kraampjes zoals dat van mij, maar dat stoort hen niet.

Aan de restaurants staan meer camionetten van stielmannen dan er vreemde nummerplaten staan. Ze serveren er een goede Menu du Jour. Meestal zijn dat dingen die je zelf nooit zou kiezen op de kaart. Durf het toch maar aan want wat je voorgeschoteld krijgt is eerlijk, lekker en vaak van een onverwacht hoog niveau. 

We hebben niet zo veel toeristenwinkeltjes.

We hebben wel een keramist in het dorp die het hele jaar door creeert en tentoonstelt. Hij maakt bovendien heel grote werken die in geen enkele valies passen. 

De kinderen zijn hier elke avond uitgeteld van het ravotten. Ze hebben nog geen pretpark gemist, ten zij  een boottochtje op de Lot onder die categorie valt.

Dat gezin had gelijk, er is hier niets.

Maar er de apiculteur kan een kwartier vertellen over zijn lindebloesemhoning zonder je te vervelen.

De kaasboerin op onze markt wilde me het geitenkaasje niet verkopen omdat ik het vanavond wou eten, ‘het heeft nog niet gerust madamme.’

Bezoekers zijn hier nog echt welgekomen. 

Kom, schuif mee aan tafel tijdens onze Marché Gourmand, eet een stukske mee van het varken aan het spit,

en ja, je mag je eigen fles wijn meebrengen als je dat wilt.

Ik kan het niet geloven dat ik het hier nog moet over hebben! 

fullsizeoutput_1b83

LGBT+ moeilijk vinden is so 90ies. 

Maar kom, voor degenen die niet goed opgelet hebben: 

Mensen die iemand graag zien en die iemand ziet hen graag terug die hebben geluk! In gelijk welke vorm dat graag zien ook is.

Mensen die het zien zitten om kinderen te hebben nemen een grote verantwoordelijkheid, doen dat met veel liefde, veel angst, veel fouten en zijn altijd moe. Om het even hoe dat gezin samengesteld is.

Als homo’s voor kinderen kiezen doen ze dat heel bewust. Er kan nu eenmaal moelijk een accidentje van komen. Die kinderen hebben alvast die zekerheid. Al de rest is net als bij iedereen; elke dag herbeginnen. Het beste hopen, veel humor en af en toe eens met de vriendinnen een zaagsessie houden.

Nooit heb ik gevoeld dat ik bij een ‘minderheid’ hoorde, niet echt. 

Mijn lief lacht dat dat komt omdat dat niet bij mijn persoonlijkheid past. Ik ben niet geschikt voor een slachtofferrol.

Ik heb me altijd geengageerd, links van het centrum omdat ik thuis meegekregen heb dat je altijd moet uitkijken of er iemand je hulp nodig heeft en dat we dat best als gemeenschap doen. Alleenstaande moeders, zieken, nieuwkomers, mensen die pech hebben gehad, we zijn het als maatschappij verplicht om voor elkaar te zorgen…bovendien ‘niemand is er vrij van’*  

Nooit heb ik serieus overwogen dat ik zelf iemand zou zijn waarvoor op moet gekomen worden.

En ineens zit ik in die situatie. Het is akelig.

Iets over vrije meningsuiting.

Ik ben beleefd opgevoed dus dat betekent dat je mag discussieren, van mening verschillen en ’t mag soms zelfs eens luid gaan als de passie spreekt. Maar altijd laat je iemand in zijn waarde. 

Het is moeilijk. Ik geloof in hoffelijkheid en mij zal je heel zelden iemand horen schofferen, mijn tenen krullen al bij sommige grappen, maar kom… ik kan er tegen.

Smaken en kleuren en all that. 

Misschien moeten we enkele regels vast leggen.

Nooit val je iemand aan om wat hij is – een rosten, een dikken, een dommen, een boer, een homo, een Nederlander,…

Je kunt zeggen ‘Mr de roste dikke domme homofiele boer ik vind dat je je net als iedereen aan de verkeersregels moet houden.’  Zeg niet ‘ dikke Hollandse boeren mogen niet met de auto rijden’.

Je kunt vinden dat bepaalde zaken niet in jouw wereldbeeld passen maar je kunt de wereld niet naar jouw wensen doen voegen.

Als ik zou vinden dat extreem rechtse mensen hun kinderen niet goed opvoeden omdat ze de wereld van die kinderen verkleinen en dat niet in mijn wereldbeeld past, mag ik toch nog niet zeggen dat ze beter geen kinderen opvoeden. Ik mag dat zeker niet zeggen namens anderen, bvb als ik verkozen zou zijn voor het Vlaams parlement. Noblesse oblige. Dat wil zeggen met macht komt plicht. 

Iets over media trainingen

Ik heb me zelf politiek geengageerd en heb daar dus wat over opgestoken. De belangrijkste les is dat je om het even wat men je probeert aan te leren niet kan lukken als je het zelf niet gelooft.

Al wat je zegt moet waar zijn anders val je grandioos door de mand. Altijd. Vraag het aan de eerste de beste marktkramer. Als je je zelf niet gelooft zal niemand je product kopen. Authenticitheit herken je altijd.

Mvr Sneppe u was authentiek en waarachtig, verberg u niet achter mediatraining, dat is onwaardig en laf. 

U was ook gemeen maar dat wist u zelf wel.

 

Mijn vrienden zijn fantastisch.

Ze zeggen me allemaal hoe geweldig mijn gezin is. En ze hebben gelijk!

Maar daar gaat het niet om, of toch niet alleen. 

Ze zeggen me ook hoe ik me het niet aan moet trekken. Maar ik trek het me wel aan. Heel erg zelfs. Ik durf dit niet wegdenken omdat die mevrouw dom zou zijn. Dit is geen domheid, het is intollerantie. Het is je beter voelen dan iemand anders.

Het gaat niet alleen over mijn gezin, maar over al die gezinnen als dat van ons. Volgend jaar gaat het misschien over iets waar we nu nog niet aan denken, alleenstaande moeders bvb, of rostjes, of dikkerds, of….

Ik ben er niet gerust op, 

Want politiek is wat onze maatschappij vorm geeft. Of je het leuk vindt of niet, het bepaalt voor een groot deel hoe jij en ik de volgende jaren zullen leven. 

De shift naar extreem rechts maakt mij bang. Ze pakken ons in terwijl we erbij staan, we weten allemaal dat die one-liner show de essentie niet is en we nemen het allemaal niet zo ernstig.

Maar er kan intussen veel kwaad gedaan worden.

Ineens mag onder het mom van vrije meningsuiting iemand oordelen over iemand anders en daar een punt van maken om (verdoken) campagne mee te voeren.

Zaten we daar nu echt op te wachten? 

Willen we de gezonde katholieke waarden van de jaren 50 echt terug brengen? Echt?

Denkt er echt iemand dat het mogelijk is om ons Vlaanderen van de wereld af te schermen en wie zou dat uberhaupt willen?

Gaan we ons daar echt mee bezig houden? Ja dus. 

Dat de zorg dringend aangepakt moet worden, er wachten mensen.

Dat we een manier moeten vinden om het klimaat leefbaar te houden en tegelijk te zorgen dat onze economie en onze boeren er niet aan ten onder gaan.

Dat we allemaal voelen dat de rek uit de welvaart is, en er duurzame oplossingen bedacht moeten worden, en liever nu dan later.

DAT! Daar moeten we ons zorgen over maken.

Dat Jan en Bart een gezin willen, who cares? (behalve Jan en Bart natuurlijk) 

Maar de stigmatiseringsmachine draait intussen op volle toeren. 

Is het een afleidingsmanoeuvre? Divide et impera – (ek spreek die taal.)

Of willen ze echt gaan voor een witter dan wit maatschappij uit de jaren 50 sitcoms? 

Ik weet het niet en ik ben ook niet slinks genoeg om dit helemaal door te denken. 

Ik ruik onraad dat is alles.

Bedankt iedereen die ons blijken van steun stuurde. Het heeft me door een hele moelijke dag geholpen. 

Blijf alert, maar hoopvol.

Alle liefs

 

*= het kan ons allemaal overkomen- echt waar.

soms is het te groot voor mij.

Er zijn zo van die weken dat zelfs de geur van de meidoorn niet helpt.

In hetzelfde weekend dat de warmste radiostem verstomde en de ouders van Julie het vreselijkste nieuws kregen, verloor een collega plots zijn 16 jarig dochtertje. 

Ik ben dankbaar dat mijn dierbaren veilig zijn. Maar daar gaat het niet om.

Het verdriet dat door die gezinnen raast is teveel en te groot voor iemand als ik om naast me neer te leggen en gewoon door te gaan met mijn dagelijkse leven. 

Even stilgevallen.

Het is alsof je vel er af is en het grote verdriet rauw naar binnen kruipt. Ik denk dit dat de prijs is die je betaalt als je de andere 350 dagen van het jaar wel oprecht gelukkig kunt zijn door de lach van je hond of door het vuurwerk aan klaprozen in de berm.

Volgende week zal ik weer blij zijn en helemaal mezelf. 

Maar hoe die gezinnen verder moeten,…

ach toch..

De straat op!

 

We zijn gaan betogen en we zijn daar fier op. We hebben ons laten horen.

Op facebook en andere sociale media woedt een storm aan meningen pro en contra de klimaatmarsen. Discussie is goed als het betekent dat iedereen die een opinie poneert daar ook even bij heeft nagedacht. De wereld heeft veel denkwerk nodig. Jammer genoeg blijft het heel vaak bij boutades. Opruien is zo gemakkelijk geworden.

We zijn allemaal aandoenlijke klungelaars in dit leven. We proberen goed te doen. We trachten goed voor onszelf en voor onze omgeving te zorgen, maar we zijn ook lui en slordig. Niemand begint zijn dag met de idee ‘ik ga nu eens het milieu verknoeien, zie’, en toch nemen we al te vaak de gemakkelijkste uitweg. 

WIJ ook! 

Echt, je kunt ons gezin op heel veel fouten betrappen. Ik ga zelfs de aanzet geven: we hebben een dieselwagen, ons huis is nog niet energievriendelijk, we eten soms vlees, binnenkort nemen we zelfs het vliegtuig naar Zuid Afrika, en ik hou nog teveel van een bad. 

Ik durf niet beweren dat we altijd even bewust consumeren, maar toch, veel vaker wel dan niet. 

We proberen en dat is gruwelijk ondermaats. 

Onze kleine inspanningen zijn waardevol maar wegen niet op tegen wat er nodig is. Zijn we daarom hypocriet als we meebetogen? Ewel neen!

Wij stapten door de straten van Brussel omdat wij vinden dat onze kinderen een ernstig klimaatplan verdienen. 

Voor diegenen die vinden dat wij het simpel zien. Dat is zo. Wij hebben niet alle gegevens om een adequaat plan te maken. Wij kunnen dat niet, en we willen dat niet moéten kunnen. Er zijn wetenschappers die genoeg verstand hebben van ecologie én van economie die dat voor elkaar kunnen krijgen. Het is aan de beleidsmakers om daarmee iets te doen.

Zal ons dat kosten? Ja! Maar niets doen zal nog ons nog veel meer kosten. Er moeten prioriteiten gesteld worden. In een huishouden is de goede keuze ook niet altijd de tofste, toch? Politici schermen nu met het excuus dat mensen onpopulaire maatregelen niet aankunnen. Dat is onwaar.

Niemand vindt het normaal dat je voor minder dan 100 euro een vliegreis kunt boeken. Nu kun je voor 112 euro vanuit Lille naar Bordeaux geraken met de TGV maar daar een goedkope vlucht van 56 euro tegenover zetten is gewoon niet eerlijk.  

Niemand vindt het normaal dat we kersen kunnen eten met Kerstmis, niemand verwacht dat ook, toch zijn ze er.

Maar praat ons geen schuldgevoel aan als we met de auto gaan werken wanneer het openbaar vervoer geen alternatief kan bieden. 

Er is veel werk, we beseffen dat. En zodra je aan één steentje duwt begint de hele dominoketting te wankelen maar hoe langer we uitstellen hoe groter en complexer dat bouwsel wordt. We moeten er nu aan beginnen want ik mag niet denken aan de puinhoop die volgt als het ineen begint te storten.

Doen alsof er geen probleem is en hopen dat de natuur zichzelf herstelt is een te gewaagde gok volgens mij. Dat is iets zoals zeggen dat ik vanzelf weer slank word omdat ik dat -echt waar- ooit was en intussen de ene praline na de andere binnenspelen. Dat werkt waarschijnlijk niet, he. Spijtig.

We hebben een plan nodig!

En ik vertrouw genoeg op de kennis van de mens dat het mogelijk is er een te maken.

Maar wij gingen ook naar Brussel omdat wij onze kinderen leren dat zeggen wat er scheelt altijd beter is dan zitten mokken: ‘Als wij niet weten wat je stoort kunnen wij je ook niet helpen’

Daarom dus: de straat op! Laat je horen!

ik ben terug!

Ik voel me alsof ik een marathon heb gelopen. 

Denk ik, want ik weet natuurlijk niet hoe dat echt voelt. Mijn Start to Run podcast hangt nog ergens aan lesje 3 vast.

Soms gaat het raar. Het ene moment ben je bezig in je dorp met allerlei projectjes waar je je nuttig probeert te maken en het andere hangt je portret overal in de stad. Anderhalf jaar geleden werd ik gevraagd of ik mijn engagement ook wilde doortrekken in de lokale politiek. Volgens het principe ‘put your money where your mouth is’, vond ik het tijd om ook eens iets te doen, iplv veel goed te bedoelen. 

Na veel vijven en zessen zijn wij (mijn gezin en ikzelf) de uitdaging als onafhankelijk kandidaat aangegaan. Eerst en voor alles: ik ben tevreden over het resultaat. In tijden van polarisatie heeft onze vriendelijke linkse partij stand kunnen houden en persoonlijk heb ik een behoorlijk resultaat gehaald. Maar daar wil ik het nu niet persé over hebben.

7000 keer heb ik gedacht ‘daar moet ik iets over schrijven’. Maar tijdens de campagne heb ik mijn persoonlijke blog on hold gezet. Het was een moeilijke afweging. Aan de ene kant heb ik de campagne heel persoonlijk gevoerd. Alles wat ik heb gezegd is ook echt wat ik wilde zeggen en wat ik echt meende. Maar aan de andere kant vond ik het ethisch niet kunnen mijn persoonlijke blog voor mijn karretje te spannen, daarom Zei Zus een tijdje niets meer.

Maar ik ben terug!

Ik wil het hebben over anderhalf jaar campagne voeren.

Wat een avontuur! 

Mensen zijn wantrouwig tegenover politiek en politiekers en dat is jammer. Ik ben nu niet anders dan 2 jaar geleden en dat geldt voor het overgrote deel van de mensen op de lijsten. Je verandert niet ineens in een opportunist omdat je je in wil zetten voor je gemeenschap via de politiek.

Laat me je eens vertellen hoe dat bij ons ging zo’n campagne opzetten.

Van de ene dag op de andere zat ik met een team mensen samen, na te denken over waar we de stad binnen pakweg 10j willen zien. Ik kende niemand van die mensen vooraf. Dat is best spannend. Het enige waar ik zeker van was was dat het mensen zijn die voor een open vriendelijke samenleving willen werken. In die vergaderingen hangt er een sfeer van serieux omwille van de verantwoordelijkheid, vrolijk enthousiasme en kameraadschap. Die mix is fantastisch. Daarmee kan je alles aan, je werkt veel meer dan dat je voor jezelf zou doen. Anderhalf jaar lang zijn we zo op heel regelmatige basis samengekomen. 

In ons team werd alles besproken. Het programma, de strategie, de lijst, alles. Partijgebonden of onafhankelijke elke inbreng woog evenveel. Dat vond ik eerlijkgezegd verrassend. In tijden van dogma’s van diegene die het luidste roept aannemen,  is een ouderwets open gesprek een verademing. Niet dat er veel discussie was, want dit team stond als een blok achter de slogan het is ‘beter als we het samen doen.’

Het programma. Eerst hebben we bepaald rond welke hoofdthema’s we willen werken. Daarna konden we allemaal voorstellen doen om die thema’s ook waar te maken. Uiteindelijk zijn we zo overeengekomen over 449 voorstellen die van onze stad een warme vooruitstrevende plek kunnen maken. 449 ideeën om dingen te doen! 449 keer een plan van aanpak. Niemand zegt nog vrijblijvend tegen mij dat politiekers klaplopers zijn. 

Je kunt ook niet van je publiek verwachten dat ze 449 ideeën lezen, dus hebben we ons programma gestroomlijnd tot 25 goed leesbare speerpunten. 

En dan bepaal je de campagne strategie. Hoe pak je het aan, focus je op de personen of op het programma, werk je met papier of ga je voor digitaal?  We waren er al snel uit dat wij het vooral over het programma wilden hebben. Daarmee gaan we de volgende 6 jaar aan de slag dus dat is nogal van belang, me dunkt. 

Dan volgt de moeilijke keuze: gaan we voor digitaal of voor papier? Wij hebben heel bewust gekozen voor een digitale campagne. Je kunt niet tegelijk kilo’s papier verkwisten en zeggen dat je voor duurzaamheid wilt gaan. Daarom maakten we prachtige filmpjes waarin we de 25 kernpunten van ons programma uit hebben gelegd. Elke kandidaat kreeg de kans zich voor te stellen via een persoonlijke video. Die filmpjes zijn absolute pareltjes. En ik ben daar oprecht fier op.

Vermoedelijk hebben we een deel van het kiespubliek niet bereikt, maar aan de andere kant ben ik er erg trots op dat we voluit voor inhoud zijn gegaan. De mensen die voor ons gekozen hebben, hebben dat goed geïnformeerd gedaan. Ik weet dat ik mijn stemmen heb gehaald op merites en niet omdat ik bvb soms in een cafétje kom. (Wat ik trouwens heel graag doe).

Wij wonen in een goede hoek. Mensen zijn hier lief voor elkaar. Dat is in de campagne niet anders. De collega’s van de andere partijen hebben het spel eerlijk en open gespeeld. En als er al iemand was die eens op de man wilde spelen, dan is die daarvoor ook onmiddelijk afgestraft. De mensen hier moeten van geen zever weten. 

Als ik de persoonlijke balans maak ben ik heel blij dat ik dit aangedurfd heb. Ik heb enorm veel geleerd over de meest uiteenlopende dingen. Ik heb 25 fantastische nieuwe maatjes, die ik anders nooit zou hebben leren kennen.

De volgende 6 jaar zal ik met volle goeste werken aan de verwezenlijking van die 449 ideeën, stap voor stap. 

Bedankt voor alles vrienden! Ik ga mijn best doen!

Maar eerst ga ik een hele week slapen.

X

iedereen hoopt toch op rozengeur en maneschijn

fullsizeoutput_a4aDeze blog is een lastige. Het is al een tijdje stilletjes op Zus zegt omdat dit eerst geschreven moet worden. Ik hou er niet van mensen met moeilijke dingen te confronteren als ik geen oplossing kan aanbieden, en in dit geval is het net zo.

Het leven loopt nooit zoals je verwacht en dat is ok, maar soms is dat ook een beetje moeilijk. Als je van nature een aanpakker bent maar iets helemaal niet op kunt lossen, gaat dat dieper dan een theoretisch aanvaarden. Het is moeilijk, het opschrijven is het loslaten in de wereld.

Ik kan alleen proberen informatie geven en hopen dat dat wat uithaalt.

Here goes:

Ons meisje is een fantastisch, slim, creatief kind dat met veel gratie en moed een beperking draagt. Ze heeft ontwikkelings dysfasie. Ze verdient dit blogje, zodat mensen haar wat beter zouden begrijpen.

Ontwikkelings Dysfasie wil in haar geval zeggen dat taal voor haar iets vreemds is. Zij verwerft taal niet zoals wij dat doen. Een zin bouwen komt niet vanzelf, zij plakt stukjes aaneen in een volgorde die zij door te trainen moet verwerven. Zij begrijpt veel meer dan ze zelf kan zeggen.

Een van de problemen van ontwikkelings dysfasie is dat het verward wordt met gebrekkige intelligentie. Dat is heel verwarrend en heel pijnlijk voor haar. Ze begint te beseffen dat mensen haar anders behandelen. Ze behandelen haar als een jonger kind of denken dat ze dom is. Het wrede is dat ze daar zelfs begrip voor toont. ‘Ze verstaan mij niet, ze denken ik het niet weten’.

Ik zweer je; ons mamahart kan dat slecht aan.

Haar hersenen werken anders. Ze werkt in beelden, ervaringen, fragmenten van taal.

Voor haar is dat gewoon, zij past zich beetje bij beetje aan aan wat de wereld rondom haar van haar verwacht en hoe zij zich daar in kan bewegen. En ze doet dat met een doorzettingsvermogen en met mededogen voor de mensen rondom haar. Veel meer dan omgekeerd.

Hoe ga je daar dan best wel mee om? Instructies moeten heel duidelijk gegeven worden. Wij gebruiken korte zinnen, met directe opdrachten. Ikzelf blijf moeilijke woorden gebruiken, maar let erop dat ik geen bijzinnen gebruik. Op die manier blijft ze in haar eigenwaarde maar maak ik het toch wat beter te begrijpen.

Naar haar luisteren is een oefening in geduld. Ze maakt fouten tegen grammatica en haar verhalen hebben niet altijd een duidelijke volgorde. Maar met wat welwillendheid kun je haar goed begrijpen. Ze is ook gewoon dat ze dingen meer dan één keer uit moet leggen. Dus geen probleem als je het nog eens vraagt.

Het zou fijn zijn als ze ook serieus genomen wordt.

Ze heeft geen innerlijke taal die haar stuurt. Alles wat zij doet of denkt moet zijn eerst ervaren. Wij hebben een innerlijke taal die alles wat wij denken en doen stuurt: ik heb dorst, ik ga thee drinken, ik maak eerst thee, water in de ketel, een tas uit de kast halen, het theezakje openen, of neen toch maar losse thee, kookt de ketel al? Opgepast de Aga is warm… Zij niet.

Elk taakje, elke emotie sturen wij door taal. Zij heeft leren fietsen door vaak te vallen. Dit proberen, vallen, dus zo werkt het niet, een andere manier proberen, vallen, dat werkt niet, opnieuw…

En zo gaat dat met alles.

Ik ben in absolute bewondering voor haar doorzettingsvermogen.

Nu ze in het eerste leerjaar zit worden ook de problemen duidelijker.

Het goede nieuws is dat ze vooruit gaat. Ze leest en schrijft en rekent, op haar tempo weliswaar. Maar ze zet stappen die wij niet voor mogelijk hielden. Ons fantastisch schooltje doet er alles aan om haar te helpen. Met extra ondersteuning voor de leerkrachten, extra logopedie en veel geduld bewandelt ze een traject dat tot nu toe succesvol is. Nu moeten wij er over waken dat ze niet opgeeft. De emotionele impact is niet te onderschatten. Ze beseft zelf heel goed dat ze anders is en dat dat nooit beter wordt. Op school proberen de juffen en meesters zoveel mogelijk uitleg te geven aan haar klasgenoten wat er precies met haar aan de hand is. Dat helpt.

Een gezin met twee kinderen is druk en chaotisch. Net als in elk ander gezin brengen de mama’s hun dagen door met dingen roepen als ‘doe uw schoenen aan’, ‘snuit je neus’, ‘maak voort’, en variaties op dat alles. Daarbovenop komen de zorgen die je hebt als het niet vanzelf loopt.

Ouders van kinderen met autisme of adhd of … weten waar ik het over heb.

Het zijn de kleinste dingen die je uit balans brengen.

De grote dingen hebben we al zoveel mogelijk ingecalculeerd, in die zin dat we proberen een dag met een keer te nemen en ons aan te passen aan wat er op ons af komt.  Dat ze later juf wil worden is al bijgestuurd, het idee van zondagnamiddagen het hele gezin met een dik boek is opgeborgen.

Alle ouders moeten eerst en vooral het geluk van hun kinderen nastreven, maar alle ouders meten succes aan schoolresultaten, mooie job, stabiele situatie. Dat zijn de referentiepunten.

‘Goed zo lieve schat je hebt vandaag de hele dag gezorgd voor een kleutertje dat verdrietig was ‘ weegt anders dan ‘Waaw 86% op je rapport’, toch?

Ik grap vaak dat ik een streber ben, en dat ben ik ook. In alles moet je proberen het beste uit jezelf te halen, maar dat hoeft echt niet alleen over schoolresultaten gaan. Maar aan de andere kant gaan wij er ook alles aan doen om alles uit haar mogelijkheden te putten. Wat ze zelf kan moet ze zelf doen.

We kunnen haar niet beschermen tegen wat komen gaat. Haar traject zal lastiger zijn dan voor andere kinderen, maar we proberen haar te wapenen. En we proberen de omgeving zoveel mogelijk in te lichten over haar beperking zodat ze tenminste een eerlijke kans kan krijgen.

Leven met een kind met een beperking heeft een onvoorstelbare impact op alles in ons dagelijks leven. Elke dag slingeren we tussen ons best doen om vooruitgang te boeken, inschatten wanneer het te moeilijk wordt, fier zijn op wat ze kan, bang zijn omdat haar vrienden haar kwetsen, fier zijn op hoe ze daarmee om gaat, stoefen over haar overwinningen, pushen als ze wil dat iemand het van haar overneemt. En nooit kunnen we zeggen: ‘we gaan het eens een tijdje zijn beloop laten.’ Omdat we op een nieuwe manier met taal moeten omgaan moeten we altijd alert zijn op andere signalen.

De twee mama’s zijn allebei heel erg talig. We schrijven, praten, lezen veel. We hechten heel veel belang aan het juiste woord bij de bedoeling. Dat minder belangrijk moeten vinden raakt ons in het diepste van ons wezen. Met woorden begrijp ik mezelf en alles rondom mij. Omdat taal zo spontaan is en we dat niet kunnen gebruiken moet je een tussen stap inbouwen. Een tussenstap waarbij je na moet denken.  Dat impliceert een afstand die soms pijn doet. Nu ik een andere taal heb moeten zoeken voel ik me soms helemaal verloren in mijn relatie met ons meisje. Maar soms doet ze net dan iets waardoor ik weet dat we heel dicht zijn.

Soms maken we elkaar stapelzot van de zorgen. Maar dan doet ze iets wat ons verbaast zoals uit zichzelf beginnen voorlezen voor haar broer, mooie zinnen en al. Waardoor we het weer helemaal zien zitten.

Het is hier niet allemaal kommer en kwel. Integendeel. Meestal is dit een vrolijk gekkenhuis inclusief Babylonische verwarringen.  Als ze ’s morgens 2 sjakossen bestelt iplv 2 croissants liggen we allemaal samen in een deuk. Zij ook.

Ze is een fantastisch kind. Ze is de loyaalste persoon die ik ken. Ze is slim en dapper en creatief en ze is maar heel af en toe bewust gemeen tegen haar broer.

Wij zijn 2 fier pleegmama’s.

Iets over TABOE!

 

En wij hebben het wel weer niet gezien zeker! En het ging over ons en het is bovendien nog gefilmd Bij Gunstens IN ONS DORP!  Waar we gingen dansen toen we jong waren. Tomme toch.

Ik heb het dus niet gezien, maar dat houdt me niet tegen om er ook iets over te zeggen natuurlijk.

Ik ben er zeker van dat het een geweldig programma was. Wat humor open kan breken voor minderheden is niet te evenaren. Hoera voor Taboe!

Zelf vergeet ik altijd dat ik tot een minderheid behoor. Mijn leven is gewoon mijn leven en dat voelt niet minder of anders of raar. Het past mij en het past mijn gezin.

Maar soms word ik eraan herinnerd.

Soms is dat lastig, meestal niet meer.

Nog altijd vind ik het raar dat mensen nieuwsgierig zijn wanneer ik ‘het wist’. Als ik nieuwe mensen leer kennen vraag ik me niet af op welke leeftijd ze verliefd zijn geworden en hoe ze wisten of ze verliefd waren. Dat is niet waar ik aan denk als ik hen leer kennen. Toch is dat een van de eerste vragen die ik krijg. Niet dat dat erg is, ik vind dat gewoon iets vreemds om je af te vragen, toch?

Het is ook raar dat mensen er van uit gaan dat je nog dezelfde bent dan als pakweg 14 jarige. Wat je toen voelde of deed hoeft niet noodzakelijk te identiek te zijn aan wat je nu bent. Een mens leert, groeit, verandert.

Nog zoiets ‘mor allée je ziet het bij jou niet dat jij een lesbienne bent”. Hoe reageer je dààr goed op? ‘Dank u?’ ‘Wat bedoel je?’ raad ik af, tenzij je van ongemakkelijke discussies houdt natuurlijk.

Of iemand die naar een homokoppel verwijst als de homootjes. Dan zeg ik altijd ‘hoezo? Zijn ’t kleintjes?’

Of de korte aarzeling voelen als je je vrouw voor ’t eerst aan iemand voorstelt. Ja je hebt het goed gehoord.

Of in ons geliefde Frankrijk opnieuw dezelfde gesprekken moeten voeren als toen we jong waren, over hoe gewoon het is. En helemaal niet vooruitstrevend dat het heel gewoon is, mensen die mekaar graag zien te laten kiezen voor elkaar.

Of als ze naar jou verwijzen als een voorbeeld voor een nieuwe gezinsvorm, en denken dat het over pleegzorg gaat en pas genant laat in het gesprek beseffen dat het over de lesbische mama’s gaat.

Hoe vaak is bij jullie een etentje geëindigd in een voorstel van een echtgenote die het wel eens ziet zitten en een echtgenoot die er niet tegen is of omgekeerd? Dàt is nu eens iets wat mij de kast OP jaagt in plaats van erin! Het lef!

Nu ik begin op te sommen merk ik dat er toch dingen zijn die wij gewoon meenemen en naast ons neerleggen. Er boos om worden vraagt te veel energie.

Ik ben al zo lang out dat ik het vergeet hoe het ging.

Het is lang geleden en het was een andere tijd. En toen was het echt nog moeilijk. De meeste holibi’s leefden in het verborgene. Toen ik tiener was was volgens mij het woord holibi nog niet eens uitgevonden!

Opgroeien in de jaren 80 was helemaal niet zo ‘machtig’. Er was de constante dreiging van de kernbom, niemand vond een job, Tatcher en Reagan waren aan de macht, er was de dreiging van de CCC , de bende van Nijvel en bovenop dat alles was er AIDS (én hoog haar). Een mens kan maar zoveel aan. Ik zweer het u: moeilijke jaren die jaren 80.

Nu kun je je nog moeilijk de angst die rond Aids hing voorstellen. Iedere homo werd als  een gevaar voor de maatschappij aanzien. Maar dan letterlijk. Ik herinner me levendig discussies met goede vrienden over hoe je als homo bvb toch niet in een supermarkt zou mogen werken waar je met eten in contact kwam want dan zou je een hele stad kunnen besmetten, of hoe je bij de tandarts of bij de dokter eerst zou moeten zeggen wat je geaardheid was voor je behandeld kon worden omdat je anders moord op je geweten had. Ik overdrijf niet.

Voor mezelf was het eigenlijk niet zo vreselijk moeilijk allemaal, ik werd verliefd en dat was dat. Nooit veel problemen mee gehad met dat verliefd worden. En t was altijd voor écht.

Maar uiteindelijk toen ik wist dat ik samen met mijn (vrouwelijk) lief een leven wilde uitbouwen, was het voor mijn omgeving moeilijker. Je in die jaren outen als lesbische was echt niet zo vanzelfsprekend. Je zadelde je ouders en je nabije omgeving met een hoop miserie op, dat doe je niet zomaar.  Je koos zogezegd voor een moeilijke weg; je zou nooit werk vinden, je zou nooit kinderen krijgen, je zou een dubbel leven moeten leiden…Dat zijn een hoop zorgen voor ouders om te dragen.

Maar zelf heb ik dat nooit zo zwaar aangevoeld. Het was wat het was. Het had inderdaad een enorme berg kwalijke gevolgen maar bijna allemaal dingen die buiten mezelf kwamen. Ik heb nooit gedacht dat ik het Grote Gevecht moest leveren.

Ik heb me ook nooit verborgen. Toen niet en nu niet.

We voelden wel in alles dat we op een keerpunt stonden. We wisten dat onze generatie niet tevreden zou zijn met een verborgen leven. Wij duwden tegen de wanden van de kast.

Nooit vergeet ik toen mijn pa onze vriend E voor het eerst zag in Gent. Toen ik hen aan elkaar voorstelde gaf mijn pa geen krimp. E de meest camp homo van Gent.  In zilveren broek, zwarte kanten bloes en rood haar.  Mijn vader was hoffelijk als altijd, in niets kon je merken dat dat toch een situatie was die hij nog niet veel had meegemaakt. Die twee deden daar een gezellig klapke op ons terras en niets voelde moeilijk. Zowel E als mijn vader waren 100% zichzelf en helemaal op hun gemak. West Vlaams en Gents accent en al, die verstonden mekaar.

Op dat moment wist ik dat het wel goed zou komen met onze generatie.

En zo is het ook gegaan.

Er is veel ten goede veranderd in de 30 jaar dat ik volwassen ben. Ik ben het voorbeeld van complete integratie want ik kon net als iedereen trouwen én scheiden.

Het enige waar ik echt spijt van heb is dat ik me in mijn twenties het hart heb gebroken over kinderen krijgen. Ik was toen helemaal niet zeker of ik dat een wel kind kon aandoen. Dat is een foute inschatting geweest. Mijn excuus is dat ik niet durfde vertrouwen dat de verandering zo snel zou komen. Nu ik de prachtige bijna volwassen kinderen van mijn vrienden van toen zie, ben ik fier op hen. Maar tegelijk schaam ik me een beetje dat ik toen zo bang voor hun toekomst was. Dat is zo jammer, het heeft me heel veel nodeloos verdriet gekost.

Maar kijk, alles is goedgekomen! Nooit ervaar ik écht pijnlijke reacties van de mensen rondom mij. Iedereen in ons dorp kent en respecteert ons. We voelen ons geen raar gezin.

En ik weet hoe dat komt:

Ik woon in de Westhoek waar mensen zonder complimenten zijn. Doe wel en zie niet om en al de rest doet er eigenlijk niet toe. Eens je dat doorhebt gaat de rest vanzelf.

Wat een sprookje: Ik ben gelukkig getrouwd we voeden samen 2 fantastische pleegkinderen op en we leefden nog lang en gelukkig!

Ik wens het jullie allemaal toe!

XXXX

 

De foto is van de onovertroffen Maarten Devoldere Photography