Berichten van zuszegt

In het midden van mijn leven (als ik veel geluk heb), want net 50 geworden. Chansaard want heel gelukkig in de liefde. Mijn dagelijks leven draait rond mijn gezin van 2 pleegkinderen een kat en een hond, de zaak die ik samen met mijn lief run en mijn creatieve bezigheden.

ik ben terug!

Ik voel me alsof ik een marathon heb gelopen. 

Denk ik, want ik weet natuurlijk niet hoe dat echt voelt. Mijn Start to Run podcast hangt nog ergens aan lesje 3 vast.

Soms gaat het raar. Het ene moment ben je bezig in je dorp met allerlei projectjes waar je je nuttig probeert te maken en het andere hangt je portret overal in de stad. Anderhalf jaar geleden werd ik gevraagd of ik mijn engagement ook wilde doortrekken in de lokale politiek. Volgens het principe ‘put your money where your mouth is’, vond ik het tijd om ook eens iets te doen, iplv veel goed te bedoelen. 

Na veel vijven en zessen zijn wij (mijn gezin en ikzelf) de uitdaging als onafhankelijk kandidaat aangegaan. Eerst en voor alles: ik ben tevreden over het resultaat. In tijden van polarisatie heeft onze vriendelijke linkse partij stand kunnen houden en persoonlijk heb ik een behoorlijk resultaat gehaald. Maar daar wil ik het nu niet persé over hebben.

7000 keer heb ik gedacht ‘daar moet ik iets over schrijven’. Maar tijdens de campagne heb ik mijn persoonlijke blog on hold gezet. Het was een moeilijke afweging. Aan de ene kant heb ik de campagne heel persoonlijk gevoerd. Alles wat ik heb gezegd is ook echt wat ik wilde zeggen en wat ik echt meende. Maar aan de andere kant vond ik het ethisch niet kunnen mijn persoonlijke blog voor mijn karretje te spannen, daarom Zei Zus een tijdje niets meer.

Maar ik ben terug!

Ik wil het hebben over anderhalf jaar campagne voeren.

Wat een avontuur! 

Mensen zijn wantrouwig tegenover politiek en politiekers en dat is jammer. Ik ben nu niet anders dan 2 jaar geleden en dat geldt voor het overgrote deel van de mensen op de lijsten. Je verandert niet ineens in een opportunist omdat je je in wil zetten voor je gemeenschap via de politiek.

Laat me je eens vertellen hoe dat bij ons ging zo’n campagne opzetten.

Van de ene dag op de andere zat ik met een team mensen samen, na te denken over waar we de stad binnen pakweg 10j willen zien. Ik kende niemand van die mensen vooraf. Dat is best spannend. Het enige waar ik zeker van was was dat het mensen zijn die voor een open vriendelijke samenleving willen werken. In die vergaderingen hangt er een sfeer van serieux omwille van de verantwoordelijkheid, vrolijk enthousiasme en kameraadschap. Die mix is fantastisch. Daarmee kan je alles aan, je werkt veel meer dan dat je voor jezelf zou doen. Anderhalf jaar lang zijn we zo op heel regelmatige basis samengekomen. 

In ons team werd alles besproken. Het programma, de strategie, de lijst, alles. Partijgebonden of onafhankelijke elke inbreng woog evenveel. Dat vond ik eerlijkgezegd verrassend. In tijden van dogma’s van diegene die het luidste roept aannemen,  is een ouderwets open gesprek een verademing. Niet dat er veel discussie was, want dit team stond als een blok achter de slogan het is ‘beter als we het samen doen.’

Het programma. Eerst hebben we bepaald rond welke hoofdthema’s we willen werken. Daarna konden we allemaal voorstellen doen om die thema’s ook waar te maken. Uiteindelijk zijn we zo overeengekomen over 449 voorstellen die van onze stad een warme vooruitstrevende plek kunnen maken. 449 ideeën om dingen te doen! 449 keer een plan van aanpak. Niemand zegt nog vrijblijvend tegen mij dat politiekers klaplopers zijn. 

Je kunt ook niet van je publiek verwachten dat ze 449 ideeën lezen, dus hebben we ons programma gestroomlijnd tot 25 goed leesbare speerpunten. 

En dan bepaal je de campagne strategie. Hoe pak je het aan, focus je op de personen of op het programma, werk je met papier of ga je voor digitaal?  We waren er al snel uit dat wij het vooral over het programma wilden hebben. Daarmee gaan we de volgende 6 jaar aan de slag dus dat is nogal van belang, me dunkt. 

Dan volgt de moeilijke keuze: gaan we voor digitaal of voor papier? Wij hebben heel bewust gekozen voor een digitale campagne. Je kunt niet tegelijk kilo’s papier verkwisten en zeggen dat je voor duurzaamheid wilt gaan. Daarom maakten we prachtige filmpjes waarin we de 25 kernpunten van ons programma uit hebben gelegd. Elke kandidaat kreeg de kans zich voor te stellen via een persoonlijke video. Die filmpjes zijn absolute pareltjes. En ik ben daar oprecht fier op.

Vermoedelijk hebben we een deel van het kiespubliek niet bereikt, maar aan de andere kant ben ik er erg trots op dat we voluit voor inhoud zijn gegaan. De mensen die voor ons gekozen hebben, hebben dat goed geïnformeerd gedaan. Ik weet dat ik mijn stemmen heb gehaald op merites en niet omdat ik bvb soms in een cafétje kom. (Wat ik trouwens heel graag doe).

Wij wonen in een goede hoek. Mensen zijn hier lief voor elkaar. Dat is in de campagne niet anders. De collega’s van de andere partijen hebben het spel eerlijk en open gespeeld. En als er al iemand was die eens op de man wilde spelen, dan is die daarvoor ook onmiddelijk afgestraft. De mensen hier moeten van geen zever weten. 

Als ik de persoonlijke balans maak ben ik heel blij dat ik dit aangedurfd heb. Ik heb enorm veel geleerd over de meest uiteenlopende dingen. Ik heb 25 fantastische nieuwe maatjes, die ik anders nooit zou hebben leren kennen.

De volgende 6 jaar zal ik met volle goeste werken aan de verwezenlijking van die 449 ideeën, stap voor stap. 

Bedankt voor alles vrienden! Ik ga mijn best doen!

Maar eerst ga ik een hele week slapen.

X

Iets over lange autoritten

We gaan er nog jaren over praten “Weet je nog die zomerige lente van ’18 de zwembadjes stonden opgezet vanaf Pasen!” We vergeten bijna dat er nog een Grote Vakantie moet volgen. En daarbij ook de reisplanning. 

Reizen met kinderen is niet vanzelfsprekend maar ik herinner me nog de tijd voor airco of filmpjes en mét simililederen autozetels, dus mij hoor je niet klagen. Niet echt.

Zo gaat dat bij ons: op een vroege morgen worden kinderen, hond, kat de helft van ons kantoor plus de helft van mijn atelier in de auto geladen en we vertrekken vol goede moed voor een tocht van 10-11 uurtjes.

Om het helemaal leuk te maken zijn 2 kinderen en 1 mama (ik) wagenziek. Lange autoritten zijn niet leuk, we doen allemaal liever andere dingen. Maar wij proberen het voor iedereen zo aangenaam mogelijk te maken.

Onze tips-

  • Kies je tijdstip goed. 

Kies een comfortabel moment om te vertrekken. Geef daarbij voorrang aan de bestuurder.  Toen de kinderen jonger waren en gemakkelijk in de wagen sliepen vertrokken we putje in de nacht. Heerlijk rustige kindertjes in de wagen maar 2 uitgeputte moeders die in het donker turen en van verveling bijna indutten. Nu ze niet meer zo gemakkelijk in de wagen slapen,  rijden we alleen nog in daglicht. We vertrekken bij het ochtendgloren. Als het even kan op zondag. Never NEVER ever again op vrijdagavond,- die keer, … er is geen bloed gevloeid maar daarmee is ook alles gezegd.-

  • Outfit

Kies een comfortabele outfit voor jezelf en de kinderen. De kinderen reizen in een pyjama die voor trainingspak kan doorgaan. Zodat ze ongegeneerd kunnen uitstappen tijdens de pauzes maar toch het gevoel hebben dat ze mogen slapen in de auto. Kies voor jezelf voor comfort maar iets dat je toch leuk staat. Niets lastiger dan aanschuiven voor een plasje in een wegrestaurant en je een sloor voelen.

  • Maak een ‘huisje’

Hun plaatsje in de auto maken we zo gezellig mogelijk. Kussentjes, dekentjes, knuffels. Ze kiezen zelf een klein koffertje waarin ze hun speelspullen inpakken. Autootjes, kleurtjes, poppetjes. Omdat ze dat zelf inpakken is dat meestal een succes tijdens de reis. De enige voorwaarde is dat het koffertje dicht moet kunnen. Past het er niet in, gaat het niet mee. 

  • Eten

Wij beperken het eten in de wagen zoveel mogelijk. Maar af en toe een kleine snack is een fantastische vervelingsbreker. Afwisseling is ook hier de sleutel.

  • Pauzes

Wij houden frequent heel korte pauzes. We stoppen maximaal 10 minuutjes om de hond even te laten wandelen en de kindjes even naar de WC te laten gaan. We parkeren meestal ver van het restaurant en stappen naar ‘the Ministery of Funny Walks’. Hilariteit bij de kinderen en ze krijgen nog wat beweging bovendien. 

  • Afspraken

Wij spreken vooraf af dat er geen entertainment aan boord is voor de dag écht begint. Dwz dat de kinderen nog een beetje slapen of rusten tot 7.30u en -de mama’s niet gek worden. 

Ruzie is verboden, op straf van confiscatie der iPads

Praten doen we op normaal geluidsniveau, schreeuwen wordt bestraft -met confiscatie der iPads

We kiezen geen partij, los het zelf op. Als we ons moeten bemoeien volgt er een straf, …. inderdaad -confiscatie der Ipads.

  • Entertainment.

Wij zorgen voor zoveel mogelijk variatie. 

Door de wagenziekte kunnen ze niet lang na elkaar TV kijken, lezen of spelletjes spelen. Wij houden de tijd in het oog, na een half uurtje doen ze weer iets anders.

  • Hun eigen playlist beluisteren. 
  • Een kwisje
  • Ik zie ik zie wat jij niet ziet
  • Rijmen
  • Temperatuur volgen: Is het al warmer?

Maar bij ons is de absolute topper 

  • Het Grote Verhaal 

De grootste hits zijn: de geschiedenis van ons gezinnetje (inclusief de huisdieren) dan Griekse mythologie, de bijbel, de evolutietheorie, Nelson Mandela en andere superhelden.

Soms begin ik zelf:

Weet je waarom Samson eigenlijk Samson heet? Je weet nog dat het een hond is met heel veel haar? Wel, er was eens een man lang geleden die zijn kracht uit zijn haar haalde…

Meestal begint het op een vraag van de kinderen zelf

Mama hebben vogels altijd kunnen vliegen? -Ik weet niet zeker wanneer dat gebeurde maar ik weet wel dat Dino’s veren hadden…

Hoe is de Flash eigenlijk aan zijn krachten gekomen? Zoon en ik delen een liefde voor Superhelden.

Hoe hebben jullie mekaar leren kennen? Dan volgt een heel romantisch verhaal over onmogelijke liefde en onoverbrugbare afstanden maar eind goed al goed en ze leefden nog lang en gelukkig.

Waar komen wolken eigenlijk vandaan?

Zijn er ook blauwe autowegen? 

Alle vragen waar ik op kan antwoorden kan ik in een Groot Verhaal gieten, waar ze tot nu toe nog naar willen luisteren.

Tot vorig jaar hield Nico een lijst bij van dingen die ik niet wist, hij kwam tot 18. Nu is hij al zo ver dat hij beseft dat die lijst niet bij te houden is. -hm- In dat 2de leerjaar maken ze toch een sprongetje.

Tot nu toe is het vertellen zo’n groot succes dat ik moet rantsoeneren naar 1 Groot Verhaal per uur, want we weten intussen ook dat elk antwoord een nieuwe vraag oproept.

Zo lang we op deze manier de trip draaglijk kunnen maken, houden we het vol en daarna gaan we er wel iets anders op vinden.

Wanneer we kort na de middag op bestemming aankomen stormen de kinderen en de dieren het veld in en kunnen de mama’s rustig bekomen met een drankje.

France la Douce!

En? hoe gaat dat bij jullie?

Goede Reis Vrienden!

X

iedereen hoopt toch op rozengeur en maneschijn

fullsizeoutput_a4aDeze blog is een lastige. Het is al een tijdje stilletjes op Zus zegt omdat dit eerst geschreven moet worden. Ik hou er niet van mensen met moeilijke dingen te confronteren als ik geen oplossing kan aanbieden, en in dit geval is het net zo.

Het leven loopt nooit zoals je verwacht en dat is ok, maar soms is dat ook een beetje moeilijk. Als je van nature een aanpakker bent maar iets helemaal niet op kunt lossen, gaat dat dieper dan een theoretisch aanvaarden. Het is moeilijk, het opschrijven is het loslaten in de wereld.

Ik kan alleen proberen informatie geven en hopen dat dat wat uithaalt.

Here goes:

Ons meisje is een fantastisch, slim, creatief kind dat met veel gratie en moed een beperking draagt. Ze heeft ontwikkelings dysfasie. Ze verdient dit blogje, zodat mensen haar wat beter zouden begrijpen.

Ontwikkelings Dysfasie wil in haar geval zeggen dat taal voor haar iets vreemds is. Zij verwerft taal niet zoals wij dat doen. Een zin bouwen komt niet vanzelf, zij plakt stukjes aaneen in een volgorde die zij door te trainen moet verwerven. Zij begrijpt veel meer dan ze zelf kan zeggen.

Een van de problemen van ontwikkelings dysfasie is dat het verward wordt met gebrekkige intelligentie. Dat is heel verwarrend en heel pijnlijk voor haar. Ze begint te beseffen dat mensen haar anders behandelen. Ze behandelen haar als een jonger kind of denken dat ze dom is. Het wrede is dat ze daar zelfs begrip voor toont. ‘Ze verstaan mij niet, ze denken ik het niet weten’.

Ik zweer je; ons mamahart kan dat slecht aan.

Haar hersenen werken anders. Ze werkt in beelden, ervaringen, fragmenten van taal.

Voor haar is dat gewoon, zij past zich beetje bij beetje aan aan wat de wereld rondom haar van haar verwacht en hoe zij zich daar in kan bewegen. En ze doet dat met een doorzettingsvermogen en met mededogen voor de mensen rondom haar. Veel meer dan omgekeerd.

Hoe ga je daar dan best wel mee om? Instructies moeten heel duidelijk gegeven worden. Wij gebruiken korte zinnen, met directe opdrachten. Ikzelf blijf moeilijke woorden gebruiken, maar let erop dat ik geen bijzinnen gebruik. Op die manier blijft ze in haar eigenwaarde maar maak ik het toch wat beter te begrijpen.

Naar haar luisteren is een oefening in geduld. Ze maakt fouten tegen grammatica en haar verhalen hebben niet altijd een duidelijke volgorde. Maar met wat welwillendheid kun je haar goed begrijpen. Ze is ook gewoon dat ze dingen meer dan één keer uit moet leggen. Dus geen probleem als je het nog eens vraagt.

Het zou fijn zijn als ze ook serieus genomen wordt.

Ze heeft geen innerlijke taal die haar stuurt. Alles wat zij doet of denkt moet zijn eerst ervaren. Wij hebben een innerlijke taal die alles wat wij denken en doen stuurt: ik heb dorst, ik ga thee drinken, ik maak eerst thee, water in de ketel, een tas uit de kast halen, het theezakje openen, of neen toch maar losse thee, kookt de ketel al? Opgepast de Aga is warm… Zij niet.

Elk taakje, elke emotie sturen wij door taal. Zij heeft leren fietsen door vaak te vallen. Dit proberen, vallen, dus zo werkt het niet, een andere manier proberen, vallen, dat werkt niet, opnieuw…

En zo gaat dat met alles.

Ik ben in absolute bewondering voor haar doorzettingsvermogen.

Nu ze in het eerste leerjaar zit worden ook de problemen duidelijker.

Het goede nieuws is dat ze vooruit gaat. Ze leest en schrijft en rekent, op haar tempo weliswaar. Maar ze zet stappen die wij niet voor mogelijk hielden. Ons fantastisch schooltje doet er alles aan om haar te helpen. Met extra ondersteuning voor de leerkrachten, extra logopedie en veel geduld bewandelt ze een traject dat tot nu toe succesvol is. Nu moeten wij er over waken dat ze niet opgeeft. De emotionele impact is niet te onderschatten. Ze beseft zelf heel goed dat ze anders is en dat dat nooit beter wordt. Op school proberen de juffen en meesters zoveel mogelijk uitleg te geven aan haar klasgenoten wat er precies met haar aan de hand is. Dat helpt.

Een gezin met twee kinderen is druk en chaotisch. Net als in elk ander gezin brengen de mama’s hun dagen door met dingen roepen als ‘doe uw schoenen aan’, ‘snuit je neus’, ‘maak voort’, en variaties op dat alles. Daarbovenop komen de zorgen die je hebt als het niet vanzelf loopt.

Ouders van kinderen met autisme of adhd of … weten waar ik het over heb.

Het zijn de kleinste dingen die je uit balans brengen.

De grote dingen hebben we al zoveel mogelijk ingecalculeerd, in die zin dat we proberen een dag met een keer te nemen en ons aan te passen aan wat er op ons af komt.  Dat ze later juf wil worden is al bijgestuurd, het idee van zondagnamiddagen het hele gezin met een dik boek is opgeborgen.

Alle ouders moeten eerst en vooral het geluk van hun kinderen nastreven, maar alle ouders meten succes aan schoolresultaten, mooie job, stabiele situatie. Dat zijn de referentiepunten.

‘Goed zo lieve schat je hebt vandaag de hele dag gezorgd voor een kleutertje dat verdrietig was ‘ weegt anders dan ‘Waaw 86% op je rapport’, toch?

Ik grap vaak dat ik een streber ben, en dat ben ik ook. In alles moet je proberen het beste uit jezelf te halen, maar dat hoeft echt niet alleen over schoolresultaten gaan. Maar aan de andere kant gaan wij er ook alles aan doen om alles uit haar mogelijkheden te putten. Wat ze zelf kan moet ze zelf doen.

We kunnen haar niet beschermen tegen wat komen gaat. Haar traject zal lastiger zijn dan voor andere kinderen, maar we proberen haar te wapenen. En we proberen de omgeving zoveel mogelijk in te lichten over haar beperking zodat ze tenminste een eerlijke kans kan krijgen.

Leven met een kind met een beperking heeft een onvoorstelbare impact op alles in ons dagelijks leven. Elke dag slingeren we tussen ons best doen om vooruitgang te boeken, inschatten wanneer het te moeilijk wordt, fier zijn op wat ze kan, bang zijn omdat haar vrienden haar kwetsen, fier zijn op hoe ze daarmee om gaat, stoefen over haar overwinningen, pushen als ze wil dat iemand het van haar overneemt. En nooit kunnen we zeggen: ‘we gaan het eens een tijdje zijn beloop laten.’ Omdat we op een nieuwe manier met taal moeten omgaan moeten we altijd alert zijn op andere signalen.

De twee mama’s zijn allebei heel erg talig. We schrijven, praten, lezen veel. We hechten heel veel belang aan het juiste woord bij de bedoeling. Dat minder belangrijk moeten vinden raakt ons in het diepste van ons wezen. Met woorden begrijp ik mezelf en alles rondom mij. Omdat taal zo spontaan is en we dat niet kunnen gebruiken moet je een tussen stap inbouwen. Een tussenstap waarbij je na moet denken.  Dat impliceert een afstand die soms pijn doet. Nu ik een andere taal heb moeten zoeken voel ik me soms helemaal verloren in mijn relatie met ons meisje. Maar soms doet ze net dan iets waardoor ik weet dat we heel dicht zijn.

Soms maken we elkaar stapelzot van de zorgen. Maar dan doet ze iets wat ons verbaast zoals uit zichzelf beginnen voorlezen voor haar broer, mooie zinnen en al. Waardoor we het weer helemaal zien zitten.

Het is hier niet allemaal kommer en kwel. Integendeel. Meestal is dit een vrolijk gekkenhuis inclusief Babylonische verwarringen.  Als ze ’s morgens 2 sjakossen bestelt iplv 2 croissants liggen we allemaal samen in een deuk. Zij ook.

Ze is een fantastisch kind. Ze is de loyaalste persoon die ik ken. Ze is slim en dapper en creatief en ze is maar heel af en toe bewust gemeen tegen haar broer.

Wij zijn 2 fier pleegmama’s.

Iets over TABOE!

 

En wij hebben het wel weer niet gezien zeker! En het ging over ons en het is bovendien nog gefilmd Bij Gunstens IN ONS DORP!  Waar we gingen dansen toen we jong waren. Tomme toch.

Ik heb het dus niet gezien, maar dat houdt me niet tegen om er ook iets over te zeggen natuurlijk.

Ik ben er zeker van dat het een geweldig programma was. Wat humor open kan breken voor minderheden is niet te evenaren. Hoera voor Taboe!

Zelf vergeet ik altijd dat ik tot een minderheid behoor. Mijn leven is gewoon mijn leven en dat voelt niet minder of anders of raar. Het past mij en het past mijn gezin.

Maar soms word ik eraan herinnerd.

Soms is dat lastig, meestal niet meer.

Nog altijd vind ik het raar dat mensen nieuwsgierig zijn wanneer ik ‘het wist’. Als ik nieuwe mensen leer kennen vraag ik me niet af op welke leeftijd ze verliefd zijn geworden en hoe ze wisten of ze verliefd waren. Dat is niet waar ik aan denk als ik hen leer kennen. Toch is dat een van de eerste vragen die ik krijg. Niet dat dat erg is, ik vind dat gewoon iets vreemds om je af te vragen, toch?

Het is ook raar dat mensen er van uit gaan dat je nog dezelfde bent dan als pakweg 14 jarige. Wat je toen voelde of deed hoeft niet noodzakelijk te identiek te zijn aan wat je nu bent. Een mens leert, groeit, verandert.

Nog zoiets ‘mor allée je ziet het bij jou niet dat jij een lesbienne bent”. Hoe reageer je dààr goed op? ‘Dank u?’ ‘Wat bedoel je?’ raad ik af, tenzij je van ongemakkelijke discussies houdt natuurlijk.

Of iemand die naar een homokoppel verwijst als de homootjes. Dan zeg ik altijd ‘hoezo? Zijn ’t kleintjes?’

Of de korte aarzeling voelen als je je vrouw voor ’t eerst aan iemand voorstelt. Ja je hebt het goed gehoord.

Of in ons geliefde Frankrijk opnieuw dezelfde gesprekken moeten voeren als toen we jong waren, over hoe gewoon het is. En helemaal niet vooruitstrevend dat het heel gewoon is, mensen die mekaar graag zien te laten kiezen voor elkaar.

Of als ze naar jou verwijzen als een voorbeeld voor een nieuwe gezinsvorm, en denken dat het over pleegzorg gaat en pas genant laat in het gesprek beseffen dat het over de lesbische mama’s gaat.

Hoe vaak is bij jullie een etentje geëindigd in een voorstel van een echtgenote die het wel eens ziet zitten en een echtgenoot die er niet tegen is of omgekeerd? Dàt is nu eens iets wat mij de kast OP jaagt in plaats van erin! Het lef!

Nu ik begin op te sommen merk ik dat er toch dingen zijn die wij gewoon meenemen en naast ons neerleggen. Er boos om worden vraagt te veel energie.

Ik ben al zo lang out dat ik het vergeet hoe het ging.

Het is lang geleden en het was een andere tijd. En toen was het echt nog moeilijk. De meeste holibi’s leefden in het verborgene. Toen ik tiener was was volgens mij het woord holibi nog niet eens uitgevonden!

Opgroeien in de jaren 80 was helemaal niet zo ‘machtig’. Er was de constante dreiging van de kernbom, niemand vond een job, Tatcher en Reagan waren aan de macht, er was de dreiging van de CCC , de bende van Nijvel en bovenop dat alles was er AIDS (én hoog haar). Een mens kan maar zoveel aan. Ik zweer het u: moeilijke jaren die jaren 80.

Nu kun je je nog moeilijk de angst die rond Aids hing voorstellen. Iedere homo werd als  een gevaar voor de maatschappij aanzien. Maar dan letterlijk. Ik herinner me levendig discussies met goede vrienden over hoe je als homo bvb toch niet in een supermarkt zou mogen werken waar je met eten in contact kwam want dan zou je een hele stad kunnen besmetten, of hoe je bij de tandarts of bij de dokter eerst zou moeten zeggen wat je geaardheid was voor je behandeld kon worden omdat je anders moord op je geweten had. Ik overdrijf niet.

Voor mezelf was het eigenlijk niet zo vreselijk moeilijk allemaal, ik werd verliefd en dat was dat. Nooit veel problemen mee gehad met dat verliefd worden. En t was altijd voor écht.

Maar uiteindelijk toen ik wist dat ik samen met mijn (vrouwelijk) lief een leven wilde uitbouwen, was het voor mijn omgeving moeilijker. Je in die jaren outen als lesbische was echt niet zo vanzelfsprekend. Je zadelde je ouders en je nabije omgeving met een hoop miserie op, dat doe je niet zomaar.  Je koos zogezegd voor een moeilijke weg; je zou nooit werk vinden, je zou nooit kinderen krijgen, je zou een dubbel leven moeten leiden…Dat zijn een hoop zorgen voor ouders om te dragen.

Maar zelf heb ik dat nooit zo zwaar aangevoeld. Het was wat het was. Het had inderdaad een enorme berg kwalijke gevolgen maar bijna allemaal dingen die buiten mezelf kwamen. Ik heb nooit gedacht dat ik het Grote Gevecht moest leveren.

Ik heb me ook nooit verborgen. Toen niet en nu niet.

We voelden wel in alles dat we op een keerpunt stonden. We wisten dat onze generatie niet tevreden zou zijn met een verborgen leven. Wij duwden tegen de wanden van de kast.

Nooit vergeet ik toen mijn pa onze vriend E voor het eerst zag in Gent. Toen ik hen aan elkaar voorstelde gaf mijn pa geen krimp. E de meest camp homo van Gent.  In zilveren broek, zwarte kanten bloes en rood haar.  Mijn vader was hoffelijk als altijd, in niets kon je merken dat dat toch een situatie was die hij nog niet veel had meegemaakt. Die twee deden daar een gezellig klapke op ons terras en niets voelde moeilijk. Zowel E als mijn vader waren 100% zichzelf en helemaal op hun gemak. West Vlaams en Gents accent en al, die verstonden mekaar.

Op dat moment wist ik dat het wel goed zou komen met onze generatie.

En zo is het ook gegaan.

Er is veel ten goede veranderd in de 30 jaar dat ik volwassen ben. Ik ben het voorbeeld van complete integratie want ik kon net als iedereen trouwen én scheiden.

Het enige waar ik echt spijt van heb is dat ik me in mijn twenties het hart heb gebroken over kinderen krijgen. Ik was toen helemaal niet zeker of ik dat een wel kind kon aandoen. Dat is een foute inschatting geweest. Mijn excuus is dat ik niet durfde vertrouwen dat de verandering zo snel zou komen. Nu ik de prachtige bijna volwassen kinderen van mijn vrienden van toen zie, ben ik fier op hen. Maar tegelijk schaam ik me een beetje dat ik toen zo bang voor hun toekomst was. Dat is zo jammer, het heeft me heel veel nodeloos verdriet gekost.

Maar kijk, alles is goedgekomen! Nooit ervaar ik écht pijnlijke reacties van de mensen rondom mij. Iedereen in ons dorp kent en respecteert ons. We voelen ons geen raar gezin.

En ik weet hoe dat komt:

Ik woon in de Westhoek waar mensen zonder complimenten zijn. Doe wel en zie niet om en al de rest doet er eigenlijk niet toe. Eens je dat doorhebt gaat de rest vanzelf.

Wat een sprookje: Ik ben gelukkig getrouwd we voeden samen 2 fantastische pleegkinderen op en we leefden nog lang en gelukkig!

Ik wens het jullie allemaal toe!

XXXX

 

De foto is van de onovertroffen Maarten Devoldere Photography

iets over de ‘vergeten klussen’ lijst

Nu zal ik laag scoren qua cool factor maar here goes. Het leven zoals het is ten huize zus is niet altijd Glamour en Avontuur. (maar meestal wel natuurlijk)

Mijn oma runde het huishouden volgens een strak schema. Maandag en dinsdag wasdag, vrijdag kuisdag, geraniums buiten eerste zaterdag na de ijsheiligen, alle dekens wassen begin juni, (wanneer de lagere school op schoolreis was want dan was er altijd zon, dankzij de Arme Claren). De frigo was altijd vol en netjes.  Mij gaf het een gevoel van moeiteloze continuïteit.

Heerlijk.

Ons huishouden  draait op vooral op goede wil en chaos. Maar nu we kinderen in huis hebben, ben ik een ferm believer in Routine. Telkens je dit woord leest, denk er dan een hemels achtergrondmuziekje bij. Voor eten en kinderbedtijd lukt dat ons prima.

Maar dat huisgehouden heeft toch wat extra planning nodig.

In realiteit gaat het als volgt: wij maken mooie lijstjes. En dan komt er iets tussen: de kinderen, de hond, het werk, een onverwacht tof feestje, de zon, La Vie quoi.

Dit gezegd zijnde; we slagen er uiteindelijk wel altijd in alles van op het lijstje klaar te krijgen, al moeten we daar soms eens een extra efforke doen. En bij deze heb ik nut van zo’n lijstjes bewezen.

Een van die TTD lijstjes is de ‘vergeten klussen lijst’. Sommige dingen moet je gewoon opschrijven anders worden ze vergeten of uitgesteld.

Misschien herken je het: de wasmachine werkt niet goed, maar je hebt toch nog maar net de filter schoongemaakt, als je dan terugdenkt blijkt dat toch al een flink jaar geleden.

Of die avond dat je 10 minuutjes hebt om je klaar te maken voor een feestje, je de lade in de badkamer niet meer open of dicht krijgt door de halflege flesjes, verloren haarspulletjes en een opgedroogde mascara bijgevolg met een nakende inzinking 20 minuten later in de wagen stapt. Dan zweer je je leven te beteren. En voor echt dit keer.

Alles begint met de problemen op te lijsten. Mijn lijstje staat in mijn zwarte boekske. (AKA bulletjournal). En bij elke nieuwe maand schrijf ik dat wat er die maand te doen valt netjes over + hetgeen wat vorige maand is blijven liggen…

Ik heb het voor jullie in een wat deftiger versie gegoten, dan kun je ze minstens lezen. Haal het pdf-je gerust op via deze link. Misschien hebben jullie er ook iets aan.

https://docs.google.com/document/d/e/2PACX-1vQJg3q6esPSeU1JXazVboofkfLPjxC-idhNFtcKv0gNelaqZiZ-9nBZe935Qx-3JblAx3i3hsX0gdNP/pub

Eens de vergeten klussen weer vergeten mogen worden, kunnen we ons weer bezig houden met wat echt telt en wat in geen enkele routine te vatten valt.

X

 

 

 

 

 

hoera, kunst!

In ons huis is tekenen en schilderen een normaal deel van ons gezinsleven. Wij houden daar van.

Het is dus bij ons nooit netjes maar dat is een prijs die we graag betalen.

Nu zijn we al een tijdje over iets aan het nadenken: Hoe kunst los is komen te staan van het gewone leven en hoe zonde dat is.

We vinden het normaal dat onze kinderen niet vanzelf kunnen lezen.

We proberen hen aan te leren dat sporten niet alleen tof is maar ook een normaal deel van een gezonde levenswijze en doen daar moeite voor.

We oefenen elke dag tot ploin ploin op de gitaar verandert in een gemene riff.

Fietsen gaat niet vanzelf.

Ik denk dat zelfs Kobe ooit van iemand geleerd heeft hoe hij een eitje bakt.

En toch denken we dat tekenen een ‘talent’ is. Iets wat je hebt of niet hebt.

En als je het niet hebt dan is het normaal dat je een hele wereld aan je voorbij laat gaan. Dan geef je gewoon op.

Gelukkig proberen ze op school en academie plaats te maken voor creativiteit. Onze kinderen leren er genieten van muziek, toneel en beeld. Niets mis daar.

Elk kind houdt van tekenen. Geef een kleuter een potlood en hij verandert je salontafel in een landschap vol spinnen, met 7 zonnen en een boot. Of erger geef hem een stift!

Ik ben er heilig van overtuigd dat elk kind openstaat voor kunst. Confronteer hen met een schilderij van Rothko, laat hen Van Gogh zien en ik ben er zeker van dat je versteld zal staan van hun reacties.

We hebben ons laten vangen door het ‘grote geheim’. Ineens is ‘kunst’ tussen haakjes komen te staan.

We sturen onze kinderen naar de Karate omdat dat goed is voor discipline en zelfvertrouwen.

Of ze gaan voetballen om eens hun duivels te ontbinden. Naar de muziekschool omdat dat goed is voor hun algemene ontwikkeling.

Tekenen en schilderen kan al dat ook voor hen doen.

Er komt een moment dat kinderen het verschil zien tussen wat ze willen tekenen en wat er op hun papier komt. Dat is een moeilijk moment. De ‘ik kan dat niet’ komt er tussen. Als ze dan opgeven leggen we ons daarbij neer. Hij kan niet tekenen. En dat is ook ok. Alleen is het zonde dat ze zoveel moeten missen. Want niet alleen stoppen ze zelf met tekenen maar vanaf dat moment wordt kunst ook iets moeilijks.

Dat vind ik zo jammer.

Net zoals we hen helpen wanneer ze dat moment hebben als ze de tafels leren zijn er manieren om hen daar over te helpen. Techniek heet dat. Techniek kan hen het vertrouwen geven op hun intuïtie te blijven vertrouwen. Gelukkig hebben fantastische kunstenaars ons dat al voorgedaan. Alleen al door daar naar te kijken kunnen we al heel veel leren.

We moeten niet allemaal Kobe, of Nile Rodgers worden. Het is ok dat we allemaal verschillende interesses hebben en die volgen. Ik zal zelf nooit een sporter zijn. Maar ik kan een atletiek wedstrijd wel waarderen en ik krijg de kans om dat te volgen.

Er is nooit teveel ruimte voor creativiteit vind ik.

Omdat ik zo’n ruimte een goed idee vond. En omdat ik het beter vind een idee ook te realiseren, heb ik dat gedaan:

Et voila: De Kunstclub. – een kinderatelier.

Je hoort nog van ons.deKunstclublogokleur